Lopende procedures

Overzicht van al onze lopende procedures, laatst bijgewerkt op 24 juni 2022:

ProcedureStatus
Raad van StateSchorsing – AvondklokVerworpen
Vernietiging – AvondklokLopend
Grondwettelijk HofVernietiging – PandemiewetLopend
Schorsing – Vlaams quarantainedecreetVerworpen
Vernietiging – Vlaamse quarantainedecretenLopend
Vernietiging – Brusselse quarantaineordonnantieLopend
Prejudiciële vraag – Wet civiele veiligheidIn beraad
REACovid Safe Ticket (tussenkomst)Lopend
GBAKlacht verwerking RSZOnontvankelijk

Raad van State – Avondklok

De zaak bij de Raad van State draait om de avondklok die ingevoerd werd in oktober 2020. Ons verzoek om schorsing bij UDN werd verworpen in het veelbesproken arrest van 30 oktober 2020. De zaak wordt echter ten gronde verdergezet, om de vernietiging van het Ministerieel Besluit te bekomen.

Memories werden reeds uitgewisseld. In onze laatste memorie hebben we verscheidene prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof voorgesteld, over de Wet civiele veiligheid en de Wet op het politieambt.

Het is nu wachten op het verslag van de auditeur.

Grondwettelijk Hof – Pandemiewet

We vragen de vernietiging van de “pandemiewet” aan het Grondwettelijk Hof. Deze wet,
probeert aan het ongrondwettige noodtoestandsbeleid dat de verschillende Belgische
overheden tegen het Coronavirus voeren een wankele wettelijke basis te geven.

We hebben onze argumentatie op grond van artikel 187 van de Grondwet reeds in eerdere verzoekschriften ontwikkeld en aan de hoogste rechtscolleges van dit land voorgelegd. Het verzoek tot vernietiging van de hele pandemiewet vormt van deze reeks juridische tussenkomsten het sluitstuk.

Grondwettelijk Hof – Wet civiele veiligheid

De politierechtbank van Charleroi stelde verscheidene prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof over de Wet civiele veiligheid en de wet die de tijdelijke bevoegdheid van politierechtbanken regelt.

We dienden een memorie van tussenkomst in, zodat we argumenten kunnen aanleveren over de ongrondwettigheid van de aangehaalde wetten. Dit doen we op basis van ons belang in de zaak bij de Raad van State over de avondklok en op basis van een strafrechtelijke veroordeling van één van de tussenkomende partijen wegens het zitten op een bankje.

De openbare terechtzitting vond plaats op 8 juni 2022, met pleidooi van mr. Jan De Groote namens Geenvodjepapier. De zaak is in beraad genomen, een uitspraak volgt vermoedelijk in het najaar.

Grondwettelijk Hof – Vlaams preventiedecreet

We vroegen aan het Grondwettelijk Hof de schorsing en vernietiging van de Vlaamse decreten die (automatisch) een verplichte quarantaine en test voorzien. Het Grondwettelijk Hof heeft de schorsing echter verworpen, aangezien het niet van oordeel is dat het gaat om een vrijheidsberoving maar een vrijheidsbeperking. Dit zou geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn, waardoor schorsing niet mogelijk is.

De zaak ten gronde wordt echter verdergezet. Alle memories zijn uitgewisseld en het is wachten op de pleidooien.

Grondwettelijk Hof – Brusselse quarantaine-ordonnantie

We vroegen ook de vernietiging van de Brusselse ordonnantie die eveneens voorziet in een verplichte quarantaine en test. Alle memories zijn uitgewisseld en het is wachten op de pleidooien.

Rechtbank Eerste Aanleg – Tussenkomst Covid Safe Ticket

We komen tussen in de procedure ten gronde van Ministry of Privacy over het Covid Safe Ticket. We voeren bijkomende argumenten aan over de ongrondwettigheid van de noodtoestand in België en de hieruit volgende maatregelen die grondrechten opschorten, zoals het CST. Daarnaast gaan we dieper in op verschillende aspecten van het Unierecht met betrekking tot gegevensbescherming.

Gegevensbeschermingsautoriteit – Gegevensverwerking RSZ

We dienden klacht in bij de gegevensbeschermingsautoriteit omwille van de gegevensverwerking door de RSZ die de COVID-MB’s voorzagen. Zo’n verwerking moet immers bij wet geregeld worden en niet bij MB.

Onze klacht werd echter onontvankelijk verklaard door de eerstelijnsdienst aangezien we niet aantoonden dat de gegevens van de klager daadwerkelijk verwerkt werden door de RSZ. Ondertussen werd de bestreden verwerking door de RSZ retroactief wettelijk verankerd, waardoor beroep tegen de weigering door de GBA niet meer nuttig is.